Het groepsdenken van de radicale islam kneedde zwakke persoonlijkheid tot bijna-moordenaar  

WW 0105
Cover van het besproken boek. Beeld: drukkerijmiddelburg.nl.

In het jaar 2000 had Salman Rushdie er genoeg van te moeten leven onder permanente bewaking. De schrijver van De Duivelsverzen, het boek dat in 1989 voor ayatollah Khomeini aanleiding was om het doodvonnis, de fatwa, over Rushdie uit te spreken, verhuisde van Londen naar New York. Heel bewust begaf Rushdie zich daar in het openbare leven als literair fenomeen, maar ook als voorzitter van de schrijversorganisatie PEN Amerika. Dit om te onderstrepen dat intimidatie en religieus fanatisme het nooit mogen winnen van de vrijheid van de kunstenaar.

En zo kwam het dat Rushdie op 12 augustus 2022 in het amfitheater van Chautauqua, in het noorden van de staat New York, zou spreken over zijn betrokkenheid bij het scheppen van veilige plekken in Amerika voor schrijvers die elders in de wereld hun leven niet zeker waren.

In het publiek zat een 24-jarige man van Libanees-Amerikaanse afkomst. Opgegroeid bij een perfect geïntegreerde moeder in New Jersey had deze Hadi Matar vijf jaar eerder een bezoek gebracht aan zijn vader in Libanon. Die woonde vlak bij de grens met Israël in een dorp dat volledig werd gedomineerd door Hezbollah.

Imam Yutubi

Volkomen gehersenspoeld teruggekeerd bij zijn moeder, sloot Matar zich op in het souterrain. Daar werd hij via sociale media, in de woorden van Rushdie, ‘door de veelhoofdige en veelstemmige Imam Yutubi’ geestelijk rijp gemaakt om de duivelse auteur uit de weg te ruimen. Kennisnemen van het werk van Rushdie achtte hij onnodig.

Nog voor Salman Rushdie aan het woord kon komen, bestormde de moslimterrorist het podium en stak 15 keer op de weerloze schrijver in. Pas na 27 seconden werd Matar door mensen uit het publiek overmeesterd.

Rushdies verslag van de bijna gelukte moordaanslag, de strijd van de medici om zijn leven en het nauwgezet in kaart brengen van de hem toegebrachte lichamelijke en geestelijke schade is aangrijpend. Hij weet in Mes precies de juiste toon te vinden om de verbijstering, de ontreddering, maar ook de liefde van zijn vrouw, zus en zoons en de verontwaardiging van zijn collega’s onder woorden te brengen. De vertaling van Karina van Santen en Martine Vosmaer is voortreffelijk.

Maar Rushdie biedt meer dan een evocatie van een persoonlijk drama. De poging tot moord is immers ook en vooral een daad van godsdienstig geïnspireerd politiek geweld. Precies een week na de aanslag verzamelden zich honderden medestanders op de trappen van de New York Public Library om hun solidariteit te tonen.

Religieus totalitarisme

Rushdie ziet het in zijn ziekenhuisbed op de laptop van zijn vrouw Elisa Griffith: ‘Nu zei mijn vriend de geweldige schrijver Colum McCann over me ‘Je suis Salman’, net zoals ik en talloze anderen op 7 januari 2015, na de moord op de cartoonisten van Charlie Hebdo, ‘Je suis Charlie’ hadden gezegd. Wat was het ontroerend, maar ook vreemd, om de slogan te worden.’

De vergelijking treft Rushdie ook in analytische zin. Hij roept in herinnering wat hij direct na de Charlie Hebdo-moorden schreef: ‘Wanneer religie, een oeroude vorm van redeloosheid, wordt gecombineerd met modern wapentuig, wordt ze een wezenlijke bedreiging van onze vrijheid. Religieus totalitarisme heeft geleid tot een dodelijke mutatie in het hart van de islam.’

Groepsdenken

In het geval van zijn aanvaller wil Rushdie het woord ‘wapentuig’ vervangen door ‘technologie’, want er is niets moderns aan een mes. Toch is Matar (Rushdie noemt zijn naam niet in Mes) volledig het product van de technologie van ons ‘desinformatietijdperk’.

Rushdie: ‘De reuzen van de groepsdenken-industrie, zoals YouTube, Facebook en Twitter, en gewelddadige videogames waren zijn leraren. Gecombineerd met een kennelijk makkelijk kneedbare persoonlijkheid die in het groepsdenken van de radicale islam een structuur vond voor de identiteit die hij nodig had, produceerden ze een zelf dat bijna een moordenaar werd.’

De golf van sympathie die op Rushdie afkwam na de aanslag in Chautauqua troostte hem niet alleen, maar verraste hem ook. Want dat was wel anders na de fatwa. Toen was het medeleven vaak ver te zoeken. Rushdie memoreert de kwetsende kritiek die hij in 1989 door schrijvers als Germaine Greer en politici als Jimmy Carter voor de voeten werd geworpen:

‘Hij heeft het over zichzelf afgeroepen, hij heeft zichzelf in de problemen gewerkt bij ‘zijn eigen volk’, en nu moeten wij hem uit de problemen halen, hij had kritiek op mevrouw Thatcher, maar nu draagt haar regering de kosten om zijn leven te redden en dat vindt hij prima, en is er echt iemand die hem wil vermoorden of geniet hij alleen van de aandacht?’

Opnieuw zwaar beveiligd

Rushdie voegt er tussen haakjes aan toe: ‘(Voor de goede orde: er zijn voor zover ik weet in de jaren na de fatwa minstens zes moordaanslagen op mij gepland, die allemaal verijdeld zijn door de expertise van de Britse inlichtingendiensten.)

Na de zevende aanslag moet Salman Rushdie opnieuw zwaar beveiligd door het leven.

Salman Rushdie: Mes. Gedachten na een poging tot moord, Pluim, 216 pagina’s, € 21,99

Hans Wansink is historicus en journalist en publiceert over boeken in Wynia’s Week. Hij was redacteur van NRC Handelsblad, Intermediair en de Volkskrant.

Wynia’s Week verschijnt ook dit jaar 104 keer met even onafhankelijke als broodnodige berichtgeving. Plus video’s en podcasts. De donateurs maken dat mogelijk. Doet u mee? Hartelijk dank!