Een boer bij een vervuilde rivier in Ogoniland
NOS Nieuws

Oproep: Shell moet bij vertrek uit Nigerdelta opdraaien voor milieuschade

Een groep van veertig non-gouvernementele organisaties (ngo's) heeft een brandbrief gestuurd aan de Nigeriaanse autoriteiten over Shell. De oliemultinational maakte begin dit jaar bekend dat het zich helemaal terugtrekt uit de Nigerdelta. De ngo's vrezen dat de regio achterblijft met grootschalige vervuiling, zonder dat Shell opdraait voor de schade.

Een van de ondertekenaars is mensenrechtenorganisatie Amnesty International. Isa Sanusi, die bij Amnesty verantwoordelijk is voor Nigeria, zegt dat het risico bestaat dat Shell "met miljarden dollars wegloopt", terwijl de lokale bevolking achterblijft met schade aan hun leefomgeving en gezondheidsrisico's.

Een andere partij die de brief heeft ondertekend, is de Nederlandse Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO). In februari stelde deze ngo dat het certificeringsproces dat Shell gebruikt om te bepalen of olievervuiling is opgeruimd niet betrouwbaar is.

Daarbij vreest SOMO dat het ontmantelen van olie-infrastructuur "een enorme onbetaalde rekening" oplevert. "Verspreid over het landschap van de Nigerdelta liggen afgedankte pijpleidingen, boorputkoppen en andere olie-infrastructuur die een ramp in wording zijn."

Shell maakte in januari bekend dat het van plan is dochteronderneming SPDC voor 2,4 miljard dollar te verkopen aan een consortium. Het bedrijf vertrekt daarmee na ruim een halve eeuw van het Nigeriaanse vasteland. Volgens de briefschrijvers - een groep van Nigeriaanse en internationale ngo's - bestaat er veel onduidelijkheid over welke partijen verantwoordelijk worden; het zou vaag zijn wie de kopers zijn en in hoeverre het gaat om partijen die financieel stabiel zijn.

Over sommige bedrijven die deel uitmaken van de deal met Shell schrijft SOMO dat het "investeringsvehikels lijken, gesteund door geldschieters die geen interesse lijken te hebben in de situatie in de Nigerdelta en alleen zoveel mogelijk geld willen verdienen zolang het nog kan."

De organisaties roepen de Nigeriaanse toezichthouder op nog niet in te stemmen met de verkoop. Eerst zou geïnventariseerd moeten worden wat de schade in het gebied is als gevolg van de activiteiten van Shell, en wat het kost om die op te ruimen. Ook de kosten voor het ontmantelen van infrastructuur zouden niet zijn meegenomen in de verkoopplannen.

Olielekkages en rechtszaken

De laatste decennia is Shell verwikkeld geweest in een reeks rechtszaken, onder meer vanwege grootschalige lekkages die grote schade toebrachten aan de natuur en de leefomgeving van de bevolking. Het bedrijf moest daarvoor schadevergoedingen betalen.

Shell zegt dat veel lekkages kwamen door oliediefstal en sabotage, maar mensenrechtenorganisaties stellen dat het bedrijf zich daar ten onrechte achter verschuilt. Er zou onder meer te weinig worden geïnvesteerd in onderhoud en materieel waarmee oliediefstal kan worden tegengegaan.

Shell 'blijft betrokken'

Gevraagd naar een reactie op de brandbrief verwijst Shell naar een bericht op zijn website. Daarin zegt Shell dat het zijn Nigeriaanse bedrijf SPDC verkocht heeft op een manier die ervoor zorgt dat de kennis behouden blijft en alles naar behoren blijft werken. Ook zegt het bedrijf dat het blijft helpen met het beheer van belangrijke onderdelen van SPDC die gas leveren voor Nigeria's gasprojecten en dat het in Nigeriaanse gasprojecten blijft investeren.

Over de vervuiling zegt Shell dat het Nigeriaanse bedrijf SPDC na de verkoop nog steeds verantwoordelijk is voor het opruimen van olielekkages die in het verleden zijn ontstaan. Ook al krijgt SPDC nieuwe eigenaren, het bedrijf zal zijn deel van de verantwoordelijkheid voor eventuele milieuschade blijven dragen. Volgens Shell betekent dit dat SPDC zorg moet blijven dragen voor het milieu, inclusief het opruimen van oude lekkages.

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl