Lotte Kopecky en Demi Vollering na de finish van Strade Bianche 2023
NOS Wielrennen

Vollering, Kopecky en 'bod van 1 miljoen': 'Er zijn grenzen aan wat we willen betalen'

Op het Piazza del Campo scheelde het vorig jaar slechts een banddikte. Daar op het stadsplein in Siena sprintten Demi Vollering en Lotte Kopecky, ploeggenoten bij SD Worx, om de zege in Strade Bianche. Na wat gekibbel over de uitkomst was achteraf vooral duidelijk: zij zijn de baas in het peloton. Alleen, ze zijn ook ploeggenoten.

Vandaag zullen beide vrouwen weer de stoffige wegen van Toscane bedwingen en ook nu gaat het weer over Vollering en Kopecky, maar dan over de vraag hoeveel langer de toprensters nog samen zullen koersen. Met een - naar verluidt - grote rinkelende zak geld uit de woestijn én het rap groeiende vrouwenwielrennen als oorzaak.

'Bod van 1 miljoen euro'

Het verhaal dook begin februari op: wielerploeg UAE Team ADQ zou Vollering een jaarsalaris van een miljoen euro hebben geboden. Een lokroep uit de Verenigde Arabische Emiraten om de Nederlandse Tourwinnares weg te lokken bij haar succesploeg SD Worx, waar haar contract eind dit jaar afloopt.

Een miljoen euro? Daar schrikt de wielerwereld een beetje van. "Dat is niet normaal. Het is allemaal nog een gerucht, maar het zou enorm uitzonderlijk zijn in het vrouwenwielrennen. Het is minimaal het dubbele van de hoogste salarissen die nu bestaan", zegt renster Ellen Van Dijk. "Een megabedrag."

Tegen zo'n zak geld kan zelfs de sterrenploeg SD Worx, dat onlangs het contract van Kopecky al opwaardeerde en verlengde tot en met 2028, niet op. Of zij ook Vollering kunnen behouden, is nog maar de vraag.

"We willen haar behouden, maar niet voor een miljoen euro", zei ploegleider Danny Stam recent. Volgens collega-ploegleider Anna van der Breggen zou een dergelijke toename in topsalarissen een zorgwekkend teken zijn. De olympisch kampioen en meervoudig wereldkampioen waakt voor de gekte.

"Als wij dat zouden moeten betalen, dan veranderen er wat dingen. Het is aan ons om het budget zo goed mogelijk te verdelen. En daarom zijn er ook grenzen aan wat we willen betalen. Ik vind dat salarissen in een ploeg ook in verhouding moeten zijn. Wij zien het grote plaatje van de ploeg. Anders krijg je ook weer scheve gezichten."

'200 euro onkostenvergoeding'

Uit een jaarlijks onderzoek van wielervakbond The Cyclists' Alliance bleek dat steeds meer rensters bij WorldTour-teams minimaal 50.000 euro verdienen. Maar bij kleinere teams, bijvoorbeeld op het tweede niveau, blijft die groei achter. Het financieel enigszins bij elkaar houden van het vrouwenpeloton is een uitdaging nu het wielrennen zo hard groeit.

Het verschil met 'vroeger' is enorm. Van der Breggen weet nog waar ze het mee moest doen, toen zij in 2009 bij een professionele ploeg ging rijden. "Het was 200 euro in de maand, eigenlijk een onkostenvergoeding." Van Dijk kreeg in haar beginjaren 100 euro.

Hoe anders is het tegenwoordig. "Als je nu in een WorldTour-ploeg komt, moet je een minimumsalaris aan rensters betalen", weet Van Dijk. Wielerbond UCI stelde in 2023 het minimum jaarsalaris voor rensters vast op 32.000 tot 52.000 euro.

Volop emotie na de zege van Vollering in Strade Bianche 2023. Eerst boos op Kopecky, daarna knuffels:

Volop emotie na zege Vollering in Strade Bianche: eerst boos op Kopecky, daarna knuffels

Van Dijk, begonnen in 2006 en nu nog actief voor Trek-Segafredo, zag het van dichtbij veranderen. "Nu krijg ik een goed salaris. En er is zwangerschapsverlof geregeld, waardoor ik een jaar met verlof kon. In de breedte is het vrouwenwielrennen al veel meer gegroeid."

Maar zomaar met een zak centen aan komen zetten, is uitkijken, ziet Van der Breggen. "De vraag is ook: waardoor ontwikkelt de sport? Dat is niet in alle gevallen door veel geld erin te pompen. Dan heb je wel een bepaald niveau van professionalisering nodig. En dat gaat soms te snel."

"Als er ploegen bijkomen waar geld geen rol speelt, gaat dat best wel invloed hebben. Zeker voor de kleinere ploegen, waar de ontwikkeling belangrijk is. De topsportkant, en de professionalisering daarvan, gaat bijna te hard. En aan de onderkant gaat het juist de andere kant op. Dat is best een zorgwekkende ontwikkeling."

2018: Anna van der Breggen (links), Annemiek van Vleuten (midden) en Ellen van Dijk (rechts) op het podium van de tijdrit op de WK

Financier daar waar het nodig is, oppert Van der Breggen. "Meer geld naar belofteteams en de ontwikkeling van het vrouwenwielrennen zou nodig zijn. Ook als je kijkt naar Nederland zelf, naar de breedte en de clubs, want veel wedstrijden vallen weg."

Commercie brengt het vrouwenpeloton niet alleen maar narigheid. "Positieve dingen die ervoor terugkomen, zijn er ook: het wielrennen is veel te volgen op televisie", zegt Van der Breggen. Ook Van Dijk ziet wel positieve punten. Dat het alleen al gaat om een salaris van een miljoen. "Het is wel gunstig als het die kant op zou gaan. Richting bedragen die enigszins gelijk kunnen zijn aan het mannenwielrennen."

Zeker is dat het vrouwenwielrennen zich ontwikkelt. Van Dijk: "Misschien dat de groeistuipen er even moeten zijn, voordat het tot ontplooiing komt."

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl