Barbecue op het Binnenhof

08-01-2019 13:09

‘Dus het gaat over een man die zich in brand steekt op het Binnenhof?’

‘Op het eerste gezicht wel, ja.’

Op een koude, grijze dinsdagmiddag rond een uur of twee liep een blanke man van een jaar of vijftig tussen het drukke voetgangersverkeer door de Korte Poten in Den Haag. Hij kwam uit de richting van Den Haag Centraal en bij het Plein gekomen stak hij dit diagonaal over in de richting van het Torentje. Hij droeg een verschoten groene parka, een vale blauwe spijkerbroek en besmeurde witte sportschoenen met afgesleten hakken. Zijn armoedige indruk werd versterkt door de plastic boodschappentas van Aldi die hij aan zijn rechterhand droeg. Hij liep snel en doelgericht, strak voor zich uitkijkend. Het was alsof hij door een tunnel liep, gefixeerd op een punt in de verte. Het was een manier van bewegen die bekend was van terroristen die een zelfmoordaanslag gingen plegen.

‘Wacht even, moeten we niet iets meer van hem weten? Ik bedoel, waar hij vandaan komt, wat zijn motieven zijn.’

‘Nee, je moet altijd met actie beginnen. Het wie, wat, hoe en waarom komen later wel.’

‘Oké, ga verder.’

Hij liep langs het Torentje waar twee beveiligers bij een donkergrijze, gepantserde BMW met elkaar stonden te praten. Ze volgden hem even uit hun ooghoeken, maar besteedden verder geen aandacht aan hem. Hij liep de Grenadierspoort in waar juist de Denk-kamerleden Kuzu en Öztürk uitliepen. Hij leek ze niet te herkennen of misschien keek hij over ze heen. Hij liep langs de ingang van het Ministerie van Algemene Zaken en die van de Rijksvoorlichtingsdienst, waar een paar journalisten en cameraploegen rondhingen. Toen hij de Ridderzaal voorbij was gelopen boog hij schuin naar links af tot hij de fontein in het midden van het Binnenhof had bereikt. Daar bleef hij staan.

‘Nou, gebeurt er nog wat?’

‘Eerst de spanning opbouwen.’

Hij keek om zich heen. Er liepen wat toeristen rond die foto’s maakten van de torens van de Ridderzaal. Bij een drietal blauwe limousines stonden de bijbehorende chauffeurs. Onder de arcades van de gebouwen die hem aan drie kanten omsloten stonden twee marechaussees met machinegeweren en, aan de andere kant van het Binnenhof, twee straatagenten. Hij zette de Aldi-tas neer en trok er in een vloeiende beweging die oefening verried een doorzichtige plastic jerrycan uit. Hij draaide de dop van de tuit, tilde de jerrycan boven zijn hoofd en goot de inhoud over zich uit.

‘Benzine?’

‘Goed geraden.’

‘Hee!’ werd er geroepen. De marechaussees en de agenten renden op hem af. De marechaussees bereikten hem het eerst, maar wisten niet wat ze moesten doen. Ze bleven op een meter of vijf van hem staan en eentje richtte zijn geweer op hem. Een van de agenten, een oudere brigadier, buiten adem van het rennen, sloeg de loop omlaag. ‘Ben je gek of zo?’ beet hij de marechaussee toe. De man had de halflege jerrycan tussen zijn voeten gezet en een wegwerpaansteker uit de rechterzak van zijn parka gehaald. Hij hield hem als de flambouw van het Vrijheidsbeeld omhoog met zijn duim op het wieltje.

‘Ja, en toen?’

‘Nu moet hij iets zeggen, maar ik weet niet wat.’

‘Het moet iets onverwachts zijn, iets cools.’

‘Ik weet al iets.’

‘Mag ik hier roken?’ vroeg de man. De agenten en de marechaussees stonden met hun mond vol tanden. Inmiddels kwamen de journalisten en cameraploegen aangerend. De toeristen stonden hem al te filmen en te fotograferen. Terwijl de andere straatagent via zijn portofoon assistentie inriep, nam de brigadier het woord. ‘Meneer, kunnen we gewoon even rustig praten?’

‘Ik wil de premier hier hebben!’ riep de man. ‘En de fractievoorzitters! Binnen tien minuten!’

‘Ik weet niet of ik dat kan regelen.’

‘Vijf minuten!’

‘En nu? Gaan we vijf minuten wachten op de premier?’

‘Nee, nu gaan we naar het Torentje.’

In de werkkamer van de premier met uitzicht over de Hofvijfer zat Mark Rutte aan zijn bureau over een dossier gebogen. Met een gele markeerstift streepte hij de ene na de andere zin aan.

‘Beetje saai. Kun je hem niet iets laten doen?’

‘Dat is wat een premier doet in zijn werkkamer – werken.’

‘Ik wil meer actie. Kun je hem geen seks laten hebben?’

‘Seks? Met wie?’

‘Goeie vraag. Met zichzelf?’

‘Ik heb een beter idee.’

In de werkkamer van de premier met uitzicht over de Hofvijfer stond Mark Rutte voor een spiegel en keek naar zijn uitdrukkingsloze gezicht. Plotseling brak het open in een lach. ‘Ha ha haaa!!!’ Daarna viel het weer terug in uitdrukkingsloosheid. Na een paar seconden scheurde het opnieuw open. ‘Ha ha haaa!!! Tjakka!!!’ Premier Rutte schudde zuchtend zijn hoofd. ‘Doe normaal, man…’ Hij draaide zich om en ging aan zijn bureau zitten. Met een gele markeerstift begon hij de ene streep na de andere in een dossier te zetten. Toen vloog de deur open en kwam het hoofd van de beveiliging binnen, een vrij korte maar zeer brede man met een glimmend kaal hoofd. ‘Excellentie, er is mogelijk een terroristische actie op het Binnenhof.’

‘Terug naar het Binnenhof, neem ik aan.’

‘Precies.’

Op het Binnenhof werd de man door de toegestroomde journalisten bestookt met vragen. ‘Meneer, hoe heet u? Wat wilt u hiermee bereiken? Heeft dit met de BTW-verhoging te maken?’ Met zijn aansteker in de lucht keek de man naar het volk dat op eerbiedige afstand in een halve cirkel voor hem stond. Er viel niets van zijn gezicht af te lezen, behalve uiterste concentratie. Zo nu en dan keek hij over een schouder om te zien of hij niet in de rug werd aangevallen.

‘Noemt u mij maar “de man die Hitchcock niet was”,’ zei hij.

‘Waarom “de man die Hitchcock niet was”?’ vroeg een journalist.

‘Dat zult u wel zien.’

‘Moeten we niet uitleggen wie Hitchcock was?’

‘Dat googlelen de mensen maar.’

‘Blijven we op het Binnenhof of gaan we weer naar Rutte?’

‘We gaan naar Geert Wilders.’

In zijn zwaar beveiligde werkkamer in het Tweede Kamer-gebouw zat Geert Wilders achter zijn bureau. Hij zat een beetje voorovergebogen en leek te kijken naar een gesprekspartner die lager zat dan hij. ‘De islam is het grootste gevaar dat het Vrije Westen bedreigt,’ zei hij op docerende toon. ‘De islam is onverenigbaar met onze Westerse normen en waarden van vrijheid en individualisme. Als de islam ooit aan de macht komt in Nederland, dan is het afgelopen met de vrijheid van meningsuiting, met de gelijkheid van man en vrouw, de gelijkheid van homo’s en hetero’s, maar ook met de vrijheid van godsdienst. De islam is ontzettend antisemitisch. De Koran druipt van de Jodenhaat. De islam is een fascistische ideologie, die met geweld wordt verspreid. Overal waar de islam aan de macht is worden minderheden onderdrukt, vrouwen achtergesteld, homo’s vervolgd. Wist je trouwens dat Mohammed een pedofiel was?’

‘Tegen wie heeft hij het eigenlijk?’

‘Dat krijg je nu te zien.’

Nog net boven de rand van het bureau keken twee kindergezichten omhoog naar de leider van de Partij voor de Vrijheid. Het waren een jongen en een meisje van een jaar of elf die hem voor hun schoolkrant kwamen interviewen en met open mond naar hem luisterden. Toen vroeg het jongetje: ‘Heeft u ook nog hobby’s?’ Voordat Wilders kon beginnen over zijn Audi TT waarin hij al jaren niet heeft kunnen rijden, zwaaide de deur open. Het was het kale hoofd van de beveiliging. ‘Meneer Wilders, ik moet u even alleen spreken.’

‘Nou zeker weer terug naar het Binnenhof?’

‘Precies.’

Behalve een grote politiemacht, waren er ambulances en een wagen van de brandweer aangerukt. Niettemin maakte de situatie op het Binnenhof een chaotische, zelfs anarchistische indruk. De man had met zijn jerrycan en dreigend omhoog gestoken aansteker de macht overgenomen. Er heerste een uitgelaten, joelerige stemming. Het nieuws van zijn actie had zich snel verspreid en er stroomden steeds meer kijklustigen toe. Een hoge Haagse ambtenaar van het type dat gewoonlijk voor het grote publiek verborgen bleef, maar nu uit de schaduw moest treden omdat het centrum van de macht zelf bedreigd werd, nam de leiding van de politie over. Hij wees naar de journalisten en cameraploegen die de man vragen toeriepen. ‘De pers gaat weg – nu!’ Gehoorzaam begonnen politieagenten de vertegenwoordigers van de nieuwsmedia achteruit te drijven.

‘De pers blijft!’ riep de man en haalde zijn duim over het wieltje van de aansteker. Vonken sprongen weg.

De agenten bleven staan en keken naar de ambtenaar. ‘De pers blijft – nu!’ riep deze. Onmiddellijk begonnen de journalisten nieuwe vragen op de man af te vuren. ‘Bent u boos over de brandstofprijzen? De woningnood? De zorgkosten? Komt u uit Groningen? Bent u tegen Europa? Hoort u bij de Gele Hesjes?’ De man zei niets terug en glimlachte slechts.

‘Volgens mij zijn die vijf minuten allang voorbij. Wat wil die man nou eigenlijk?’

‘Dat wordt nu duidelijk.’

Bij de Grenadierspoort hadden premier Rutte en de fractieleiders zich verzameld. Met hun assistenten en adviseurs erbij was het een drukte van belang. Ook minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren en haar staf waren erbij gekomen.

‘We hebben de indruk dat het gaat om een verward persoon,’ zei de hoge Haagse ambtenaar tegen premier Rutte. ‘Hij wil met u en de fractieleiders over Hitchcock praten.’

‘Hitchcock?’ vroeg premier Rutte. ‘Help me even.’

‘Filmregisseur. Psycho. Rear Window. North by Northwest.

‘O ja, natuurlijk. En daar wil hij over praten?’

‘Anders steekt hij zichzelf in brand.’

Premier Rutte keerde zich om naar minister Ollongren. ‘Wat vind jij? Moet ik met hem praten?’

‘Ik vind van wel. Anders krijgen we misschien hetzelfde als in Tunesië. Een Nederlandse lente.’

‘Ach, kom op! Het Nederlandse volk komt niet in opstand. Na een week zijn ze hem vergeten.’

‘Hmm, nee… Dit overtuigt me niet. Te cynisch. Kan het niet subtieler?’

‘Subtieler? Oké, wat dacht je hiervan?’

Premier Rutte keerde zich om naar minister Ollongren. ‘Wat vind jij? Moet ik met hem praten?’

‘Ik vind van wel. Als je hem kunt redden door even met hem te praten…’

Premier Rutte dacht na. ‘Ja… Ja, je hebt gelijk. Dat moet ik doen. Ik moet zijn leven redden. Kom op, we gaan.’

‘Excellentie, ik moet u dit ten sterkste ontraden,’ zei het kale beveiligingshoofd.

‘Als minister-president heb ik de plicht om burgers van dit land te redden!’ Met grote passen begon premier Rutte naar de Binnenhof-fontein te lopen met minister Ollongren en de fractieleiders in zijn kielzog. Alleen Geert Wilders bleef achter om een cameraploeg te woord te staan. ‘Het is duidelijk dat dit een protest is tegen jaren van Rutte-wanbeleid dat de grenzen van ons land heeft opengezet voor illegale immigratie en islamisering…’

‘Ik wil nou weleens naar de ontknoping toe.’

‘Die komt nu.’

De menigte van kijklustigen en journalisten week uiteen voor de kordaat doorstappende premier Rutte die tot nervositeit van zijn beveiligers de man met de aansteker tot een meter of drie naderde. Hij trok misschien wel de breedste lach uit zijn politieke loopbaan. ‘Hoi, ik ben Mark. Ik begrijp dat u mij wilde spreken.’

De man leek niet in het minst onder de indruk van de premier van Nederland. Hooguit werd zijn zelfvoldane glimlach nog wat triomfantelijker. ‘Goedemiddag, meneer Rutte. Kent u Alfred Hitchcock?’

‘Eh… lang, lang geleden heb ik Psycho gezien. Mooie film. Heel spannend.’

‘Kent u Hitchcocks theorie over spanning?’

‘Heb ik even niet paraat. Vertel.’

‘Hitchcock gaf het voorbeeld van twee mannen die aan een tafel zitten te praten. Onder de tafel ligt een bom, maar dat weet het publiek niet. Plotseling ontploft de bom. BOEM!!! Hitchcock vond dat niet sterk. Je had zo wel een schokeffect, maar geen spanning. Hij vond het beter om het publiek te laten weten dat er een bom ligt, zodat het in spanning zit.’

Premier Rutte knikte met een nadenkend gezicht. ‘Ja… Ja, daar zit wat in.’

‘Ik vind Hitchcock een van de belangrijkste regisseurs uit de filmgeschiedenis,’ zei de man met de aansteker. ‘Ik heb groot respect voor Hitchcock. Alleen…’ –hij liet de aansteker zakken en haalde een schakelaar aan het eind van een snoer uit de linkerzak van zijn parka– ‘…ik was Hitchcock niet.’ En in de fractie van de seconde voordat hij met zijn duim op de knop drukte, mocht hij het genoegen smaken in de ogen van premier Rutte het besef te zien dat hij ging sterven.

‘Goed verhaal, niks meer aan doen. Zo, bijna vijf uur al. Hoppe?’

‘Uitstekend idee.’