De banner in Podgora om campagneteams mee weg te jagen
NOS Nieuws

Protesten en wantrouwen in de politiek overschaduwen verkiezingen Bosnië

Aan de vooravond van de Bosnische verkiezingen hebben veel Bosniërs wel wat anders aan hun hoofd dan partijprogramma's bestuderen. Onder alle drie de etnische bevolkingsgroepen die in Bosnië tijdens de oorlog met elkaar vochten, overheerst een gevoel van wantrouwen in de politiek. Dat uit zich in klein stil protest en groot luid protest.

Podgora is een klein dorp met 200 huizen zo'n twintig kilometer van de hoofdstad Sarajevo. In de weken voor de verkiezingen werd het dorp niet door campagneteams, maar door cameraploegen overspoeld. Campagneteams waren er namelijk niet welkom.

Bij de ingang van het stille dorpje hangt een grote banner met de tekst: 'Jullie liegen ons al jaren voor. Geen enkele partij is welkom in Podgora'. Alle dorpelingen legden geld in om de banner te kopen. "Iedereen is het hiermee eens," zegt Hamdija Solak, die zich heeft opgeworpen als woordvoerder van het stille protest. Als politici het toch wagen, worden ze met fluitjes het dorp uitgejaagd.

Bekijk de reportage over de Bosnische verkiezingen.

Vertrouwen in Bosnische politiek is zoek

Tijdens de oorlog was in Podgora een van de frontlinies waar Servische troepen en het Bosnische leger elkaar bevochten. Toen de oorlog in 1995 eindigde lag het dorp in puin. Meer dan twintig jaar later zijn tientallen huizen nog steeds verlaten en kapotgeschoten.

"In de afgelopen 23 jaar is hier geen enkele investering geweest," zegt Hamdija, gepensioneerd bouwvakker. Aan de verwoeste huizen zijn ze inmiddels gewend, maar het gebrek aan infrastructuur is waar de dorpelingen het meest last van hebben. "De riolering hebben we zelf maar aangelegd en betaald," zegt Hamdija. "Toen het geld op was moesten we stoppen. De helft van het dorp heeft nog geen fatsoenlijke riolering." Ze leggen de schuld bij de regerende politiek partijen die zich meer bezig houden met nationalistische thema's dan met het uitvoeren van concreet beleid.

De politiek in Bosnië is overwegend langs etnische lijnen ingericht. Bosniakken stemmen op Bosniak-partijen, Kroaten op Kroatische en Serviërs op Servische partijen. Podgora is een Bosniak-dorp, maar zelfs de 'eigen' Bosniak-partijen hebben het daar verbruid, zegt Hamdija. "Het maakt ons niet uit wie aan de macht is, een Bosniak, Serviër of Kroaat. "Als ze maar wat doen, voor het hele land," zegt hij. "Voor Bosnië als geheel."

Podgora werd een symbool voor veel andere plekken in Bosnië waar de wederopbouw stagneert door economische en politieke wanorde.

De opdeling langs etnische lijnen zorgt voor segregatie. Partijen zijn het zelden met elkaar eens, en spelen dikwijls de nationalistische kaart. Het houdt de rivaliteit tussen de Bosniakken, Kroaten en Serviërs in stand.

Honger in drie talen

In 2014 braken grote unieke anti-regeringsprotesten uit waarbij Bosniakken, Kroaten en Serviërs gezamenlijk in opstand kwamen tegen hun machthebbers. Op spandoeken stond onder andere "We hebben honger in drie talen" doelend op de armoede en frustratie die de etniciteit overstijgt. De protesten hielden een aantal weken aan, maar stopten ook snel weer.

Protesten naar aanleiding van de dood van David Dragicevic

Nu komen Bosniërs weer in opstand. Op de vrijdagavond voor de verkiezingen gingen ruim tienduizend mensen de straat op in de hoofdstad van de Servische republiek. De aanleiding was de mysterieuze dood van de 21-jarige David Dragicevic in maart dit jaar. De student werd na een vermissing van zeven dagen dood gevonden.

De politie deed de zaak al snel af als een ongeval, maar de ouders en vrienden van David zijn ervan overtuigd dat hij is vermoord door iemand die wordt beschermd door de autoriteiten. Sindsdien protesteren ze elke dag in het centrum van de stad. Ze eisen 'Pravda za Davida', Bosnisch voor 'gerechtigheid voor David'. Onder die slogan inmiddels een protestbeweging ontstaan.

Vader vermoorde David: 'De staat heeft mijn zoon vermoord'

In de afgelopen maanden kwamen soortgelijke zaken aan het licht. Een andere vader, Muriz Memic, gelooft dat zijn zoon Dzenan vermoord door de zoon van een politicus. Daarom zou de zaak onder het tapijt zijn geveegd. De vaders kwamen in contact met elkaar en brachten mensen uit beide delen van Bosnië bijeen in protest.

Het is de vraag of de onvrede, het wantrouwen in de politiek en boosheid over corruptie iets zal doen in de stembusgang zondag. De verkiezingsopkomst in Bosnië is notoir laag. Volgens de peilingen zal minder dan de helft van de bevolking gaan stemmen.

De oude partijen hebben het alleen maar over het verleden, niemand praat over de toekomst,

Sasa Vasic

Een sprankje hoop is er ook in de Bosnische politiek. Een kleine, maar groeiende multi-etnische partij probeert een alternatief te bieden voor nationalistische campagnes. Nasa Stranka (Onze Partij) spreekt vooral jonge mensen aan. Lijstduwer Sasa Vasic wil de hoop op verandering niet laten varen, zegt ze terwijl ze flyers uitdeelt op straat. "De oude partijen hebben het alleen maar over het verleden, niemand praat over de toekomst," zegt ze. "Niemand heeft het erover dat we wél samen kunnen leven. Er is geen andere manier om verder te komen."

Makkelijk hebben ze het niet. De lage opkomst is een probleem voor een partij als Nasa Stranka, erkent ze. "Ik geloof dat de helft die niet stemt het verschil kan maken. We moeten mensen ertoe bewegen te gaan stemmen."

Maar de jonge generatie die ze proberen aan te spreken heeft wel wat anders aan het hoofd. De jeugdwerkeloosheid in Bosnië is met bijna zestig procent één van de hoogste ter wereld. Elk jaar vertrekken meer Bosniërs, vooral jongeren, naar het buitenland. Waarschijnlijk voorgoed.

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl