Brede welvaart stijgt

Bakkers brengen eigeel aan op de grootste appeltaart ter wereld
© Hollandse Hoogte
De brede welvaart gaat in Nederland in het algemeen omhoog. In de voorbije acht jaar waren maar drie van de 21 zogeheten brede-welvaartstrends neerwaarts: het aantal mensen met overgewicht, de tevredenheid met de vrije tijd en het oppervlak aan beschermde natuurgebieden. Zeven brede-welvaartstrends waren opwaarts; de overige waren neutraal.

[video: https://www.cbs.nlnl-nl/video/7b021a80f8fc4f4f98052d8d27452877]}
De 21 brede-welvaartstrends geven tezamen een beeld van de trendmatige ontwikkeling van de actuele brede welvaart in Nederland. De indicatoren waarvan de trends zijn bepaald zijn gebaseerd op internationale richtlijnen, in combinatie met databeschikbaarheid. Ook is bij de selectie gepoogd een goed midden te vinden tussen enerzijds volledigheid en anderzijds overzichtelijkheid en begrijpelijkheid. Dit meldt het CBS naar aanleiding van het verschijnen van de eerste editie van de Monitor Brede Welvaart.

Op verzoek van het Kabinet publiceert het CBS deze monitor vanaf 2018 jaarlijks. Het Kabinet geeft vandaag ook een reactie op de belangrijkste conclusies uit de monitor. De Monitor Brede Welvaart zal tijdens het Verantwoordingsdebat in de Tweede Kamer worden behandeld. Op basis van commentaar uit politiek en samenleving zal de Monitor, met inbegrip van de sectie van indicatoren, de komende jaren verder worden ontwikkeld.
Ook de drie planbureaus (CPB, PBL en SCP) komen vandaag met een verkenning op het terrein van de brede welvaart.

Brede welvaart hier en nu, later, en elders

Bij brede welvaart wordt conform internationale definities onderscheid gemaakt tussen drie dimensies. De eerste dimensie is de kwaliteit van leven zoals we die nu in Nederland kennen, de brede welvaart in het “hier en nu”. De tweede is het effect van onze huidige manier van leven op volgende generaties, de brede welvaart “later”. De derde en laatste dimensie is de invloed van ons huidige welvaartsniveau op het buitenland, en dan met name de armste landen in de wereld, de brede welvaart “elders”.

Elk van de drie dimensies kent meerdere thema’s, waarvan de voortgang wordt bepaald aan de hand van een of meer indicatoren. Voor deze indicatoren is de trend bepaald, de meest recente ontwikkeling en voor zover mogelijk de positie binnen de EU. De trendmatige ontwikkelingen, de zogeheten brede welvaarstrends (BWT’s), zijn vastgesteld over acht jaar, tot en met het meeste recent beschikbare verslagjaar. In veel gevallen, maar niet alle, is dat 2017. Ook de meest recente ontwikkeling betreft zo veel mogelijk 2017.

Meeste indicatoren van huidige welvaart vertonen stijgende lijn

De ontwikkeling van de brede welvaart in het hier en nu is vastgesteld aan de hand van 21 indicatoren, verdeeld over zeven thema’s. In de laatste acht jaar waren drie brede-welvaartstrends voor het hier en nu neerwaarts. Zeven ervan waren opwaarts.

Zo gaat de veiligheid trendmatig omhoog, evenals de gezonde levensverwachting van mannen en het vertrouwen in de medemens. Wel zijn de meest recente ontwikkelingen minder vaak omhoog. Recentelijk waren er dalingen wat betreft files, tevredenheid met wonen, waterkwaliteit, biodiversiteit, invloed op openbaar bestuur, vrijwilligerswerk en tevredenheid met de vrije tijd.

Vergeleken met die van andere EU-landen is de brede welvaart in Nederland op veel onderdelen hoog en in het sociale domein (denk aan zaken als vertrouwen en sociale contacten) zelfs zeer hoog. Alleen op het gebied van milieu en de gezonde levensverwachting van vrouwen staat Nederland relatief laag op de EU-ranglijst.

De Brede Welvaart Trends (BWT) “Hier en Nu” in beeld

Onderstaande cirkel visualiseert de trendmatige ontwikkeling van alle indicatoren die bij elkaar het beeld vormen van de Brede Welvaart in de dimensie “Hier en Nu”, gegroepeerd in zeven thema’s. Als referentie ook de trend van het bbp. Daaronder wordt van dezelfde indicatoren aangegeven hoe Nederland het doet vergeleken met de andere EU-landen.

 

Veel onderdelen natuurlijk kapitaal vertonen dalende trend

Om de potentiële ontwikkeling van onze toekomstige brede welvaart te meten, wordt onderscheid gemaakt van vier zogeheten kapitalen. Nemen deze kapitalen toe, dan heeft dit een welvaartsverhogend effect op toekomstige generaties, en andersom. Onderscheiden wordt economisch, menselijk, natuurlijk en sociaal kapitaal. Elk van de kapitalen kent drie of meer indicatoren.

De Brede Welvaart Trends (BWT) “Later” in beeld

Onderstaande cirkel visualiseert de trendmatige ontwikkeling van alle indicatoren die bij elkaar het beeld vormen van de Brede Welvaart in de dimensie “Later”, gegroepeerd in vier thema’s. Als referentie ook de trend van het bbp. Daaronder wordt van dezelfde indicatoren aangegeven hoe Nederland het doet vergeleken met de andere EU-landen.

Acht van de in totaal twintig brede-welvaartstrends voor later zijn opwaarts. Drie brede-welvaartstrends zijn neerwaarts. Deze neerwaartse trends betreffen alle drie het natuurlijk kapitaal, de staat van natuurlijke grondstoffen, natuur en milieu. Het natuurlijk kapitaal kent daarnaast vijf neutrale trends en maar twee opwaartse.

Van de recente ontwikkelingen zijn er vijf omlaag; vier ervan betreffen het natuurlijk kapitaal. Dit terwijl vergeleken met andere EU-landen het natuurlijk kapitaal in Nederland toch al vrij laag is.

Veel grondstoffen uit andere landen

Bij de brede welvaart elders gaat het om de welvaartseffecten van ons handelen op de rest van de wereld. Hierbij worden vier thema’s onderscheiden: handel en hulp, de broeikasgasvoetafdruk, de invoer van grondstoffen in het algemeen en die uit de minst ontwikkelde landen in het bijzonder. Er wordt (conform internationale afspraken) naar de invoer van grondstoffen uit andere landen gekeken, omdat hiermee natuurlijk kapitaal aan deze landen wordt onttrokken.

Bij de invoer van deze grondstoffen uit de minst ontwikkelde landen geldt bovendien dat deze in een relatief zwakke positie zitten om het maximale uit deze grondstoffenderving te halen. Daar staat tegenover dat de minst ontwikkelde landen, net als de andere landen, wel inkomsten ontvangen uit onze invoer. Daarom is de totale invoer uit de minst ontwikkelde landen onder “handel en hulp” wel als welvaartsverhogend aangemerkt.

Drie van de twaalf brede-welvaartstrends voor “elders” zijn neerwaarts. Deze trends geven aan dat wij in toenemende mate fossiele brandstoffen en biomassa uit de rest van de wereld betrekken, en biomassa uit de minst ontwikkelde landen in het bijzonder. Alleen niet-metallische mineralen betrekken we in steeds mindere mate uit de rest van de wereld.

Van de recente ontwikkelingen zijn er vijf omhoog en vijf omlaag. Met name de trendmatige groei van de invoer uit de minst ontwikkelde landen lijkt wat af te remmen, die uit de rest van de wereld neemt juist toe. De broeikasgasvoetafdruk nam in 2017 eveneens toe, terwijl deze daarvoor trendmatig afnam. In vergelijking met andere EU-landen heeft Nederland veel interactie met minder ontwikkelde landen in de vorm van handel en hulp. Tevens voert ons land relatief veel grondstoffen in.

De Brede Welvaart Trends (BWT) “Elders” in beeld

Onderstaande cirkel visualiseert de trendmatige ontwikkeling van alle indicatoren die bij elkaar het beeld vormen van de Brede Welvaart in de dimensie “Elders”, gegroepeerd in vier thema’s. Als referentie ook de trend van het bbp. Daaronder wordt van dezelfde indicatoren aangegeven hoe Nederland het doet vergeleken met de andere EU-landen.

Beschermde natuur

In de Monitor Brede Welvaart 2018 meldde het CBS dat het percentage beschermde natuur tussen 2012 en 2015 is afgenomen van 14 naar 13 procent van het totale landoppervlak. De afname bleek te worden veroorzaakt door een definitieverandering in de cijferreeks, die was overgenomen van de Europese Commissie. Op basis van deze reeks kunnen geen uitspraken worden gedaan over de ontwikkeling van het oppervlak beschermd natuurgebied.

In de Monitor Brede Welvaart 2019 zal het CBS overgaan op een andere cijferreeks over dit onderwerp, de zogeheten Beheerde natuur in Natuur Netwerk Nederland , zoals gerapporteerd door het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.